Jaren een decreet erfgoeddecreet beloven …

Ik heb in deze rubriek al meer geschreven over monumentenzorg. Dat is nodig. Elke week lezen we over de dreigende sloop van gebouwen die opgenomen zijn in de Inventaris van het bouwkundig erfgoed, of over verwaarlozing van beschermde gebouwen … Deze week hoorden we over de afbraak van de koninklijke villa van het Zwin (Knokke), de sloop van het Gravenwinkeltje in Torhout, van het hotel La Paloma in Oostende, de oude brandpoort van Scherpenheuvel, het neogotisch postgebouw van Assebroek, de ciné Palace (kijk eens naar de foto’s, klik hier) in Kortrijk enz.
De regelgeving inzake onroerend erfgoed, monumenten en landschappen is versnipperd en verouderd. Daar is iedereen het over eens. Daarom had minister Van Mechelen de ambitie om tijdens deze legislatuur een nieuw onroerend erfgoeddecreet voor te leggen aan het parlement. Het stond in de beleidsnota en daarna in elke beleidsbrief, ieder jaar hoorden we de mantra. En ieder jaar werd reikhalzend uitgekeken naar het voorontwerp. Betere afstemming, meer nadruk op onderhoud i.p.v. restauratie, het uitklaren van de discussie over de koppelsubsidies met provincies en gemeenten, de integratie van de archeologie en de implementatie van het verdrag van Malta enz… 100 redenen om zo’n decreet te maken. De valorisatie van de Inventaris Bouwkundig Erfgoed als instrument voor beleid, als onderbouw van een beschermingsbeleid maar ook van een beleid inzake stedebouwkundge vergunningen (vooral sloping).
De minister schreef ieder jaar in zijn beleidsbrief: “Of we nu spreken over monumenten, archeologie of landschappen, in wezen spreken we over hetzelfde: onroerend erfgoed in al zijn uniciteit én diversiteit. (…) Omdat het creëren van eenheid en eenduidigheid én het beperken van regelgeving binnen de sector van het onroerend erfgoed noodzakelijk is, heeft de Vlaamse regering zich dan ook geëngageerd om het amalgaam van wetten, decreten en besluiten inzake monumenten, stads– en dorpsgezichten, landschappen en archeologie om te vormen tot één omvattend onroerend-erfgoeddecreet. Daarom is het nodig dat er een nieuwe visie wordt geformuleerd, die uiteraard rekening houdt met wat voorafgaat, maar qua instrumentarium en dus rechtsgevolgen volledig inspeelt en aansluiting zoekt op de hedendaagse en toekomstige maatschappelijke context.”
Klinkt hip en modern, maar het is er nooit van gekomen. Ik weet dat er wel gewerkt is aan een voorontwerp van decreet. Er is een klankbordgroep geweest met mensen uit de sector en experten, maar de eindtekst bereikte nooit de regering of het parlement. Er circuleren nota’s en voorontwerpen. Jammer dat al dat werk voor niks is geweest.
Sorry, maar vijf jaar moeten echt volstaan voor de opmaak van zo’n decreet. En ja, er zijn meer subsidies gekomen voor onderhoud en restauraties, er is de Monumentenstrijd geweest, en een thematisch-typologische inventarisatie. Maar de gewone inventaris, onder meer in West-Vlaanderen, is nog niet eens afgewerkt.
Er moet dringend een tandje, nee een dikke tand, worden bijgestoken voor het onroerend erfgoed.